Maaien

In de gemeente wordt 2 keer per jaar het gras gemaaid langs:

  • doorgaande wegen 
  • buitenranden van woonwijken 
  • de waterkanten

Tijdens het maaien worden sommige bermen of delen ervan (bijvoorbeeld rondom bomen of palen) bewust niet gemaaid. Vooral insecten hebben hier baat bij, zij vinden hier voedsel en schuilgelegenheid. Zo bezoeken vlinders en bijen de bloemen om nectar en stuifmeel te halen. 

De gemeente maait op verschillende momenten in het jaar:

  • In juni en september starten 2 maairondes die worden verdeeld in het groeiseizoen. 
  • In mei is er 1 veiligheidsronde. Dan haalt de gemeente er bij sommige kruisingen en oversteekplaatsen de eerste meter eraf in verband met uitzicht.
  • In het najaar wordt bloemrijk grasland gemaaid. Bloembermen worden na de bloei gemaaid zodat de aanwezige bloemen hun zaden kunnen laten vallen en volgend jaar weer opnieuw kunnen bloeien.
  • Een speelterrein wordt ongeveer elke 2 weken gemaaid.

Soms wordt er gekozen om op een ander moment te maaien. In droge periodes maait de gemeente minder, als het te nat of te koud is maait de gemeente niet. Gras groeit namelijk bijna niet als het koud is.  

Op verschillende plekken zoals in parken staan zones met wilde bloemen (bloemrijk grasland). Deze zones worden na de zomer, wanneer de meeste bloemen zijn uitgebloeid, gemaaid. Na een aantal dagen wordt het maaisel afgeharkt en opgeruimd. Op die manier laten de dode bloemen hun zaad achter. Dit zorgt ervoor dat er het opvolgende jaar weer een mooi beeld ontstaat met nieuwe bloemen. Door vroeg na de bloei te maaien ontstaat er ook nog hergroei zodat deze gebieden fraai de winter in gaan.

Soms wordt een bloemenstrook in gedeeltes gemaaid. Dit heet gefaseerd maaien. Hierbij laten we het mooiste bloeiende gedeelte nog staan om zo nog een gunstige leefomgeving te houden voor insecten. Bovendien blijft er dan nog een fraai aanzicht over.

Omdat in het najaar we vaak te maken hebben met veel neerslag wordt er een planning gemaakt zodat er zo weinig mogelijk schade tijdens het maaien ontstaat. Denk aan spoorvorming en verdichting van de grond. Hier wordt een weloverwogen keuze in gemaakt.

De bermen langs de Westtangent en Krusemanlaan in Heerhugowaard worden ecologisch (milieuvriendelijk) beheerd. Net als de geluidswal langs de N242 en de ecostrook langs het kanaal Alkmaar-Kornhol in Broekhorn. Hier graast 3 keer per jaar een schapenkudde.

Schapen verspreiden zaden, insecten en ander materiaal over grote afstanden. Hiermee beogen we een grotere diversiteit te bereiken.