Lokale kennis brengt verleden tot leven tijdens erfgoedavond

De historie van het Langedijker landschap kwam woensdagavond 21 oktober volop tot leven tijdens een erfgoedavond in Museum BroekerVeiling. De bijeenkomst, georganiseerd door gemeente Dijk en Waard, was de tweede in een reeks van vier participatieavonden over het nieuwe Ervenhandboek Dijk en Waard. Tijdens de avond gingen inwoners in gesprek over het concept-handboek en deelden zij hun kennis over de karakteristieke erven en het agrarische verleden van de voormalige gemeente Langedijk.

De avond werd geleid door beleidsmedewerker erfgoed Lieve-Lotte Groeneweg en gepresenteerd door kunst- en cultuurhistoricus en groen erfgoedspecialist Yvonne Molenaar. Hun boodschap was duidelijk: een goed erfgoedbeleid begint met kennis van inwoners die het gebied van dichtbij kennen.

Van erfgoedbeleid naar praktisch handboek

Het Ervenhandboek vloeit voort uit het erfgoedbeleid van de gemeente. Waar eerder vooral aandacht uitging naar monumentale gebouwen zoals stolpboerderijen, richt het handboek zich op het complete erf. Niet alleen gebouwen zijn daarbij van belang, maar ook de historische indeling, watergangen, groenstructuren, bijgebouwen en de relatie met het landschap.

"Het handboek is een richtinggevend en inspirerend document", legde Groeneweg uit. "Het helpt om te begrijpen wat er aanwezig is, voordat je besluit iets te veranderen." Volgens de initiatiefnemers is het handboek nadrukkelijk geen verzameling nieuwe regels. Het wijst geen monumenten aan en verbiedt geen ontwikkelingen. Wel biedt het handvatten om historische kwaliteiten te herkennen, behouden en waar mogelijk te versterken.

Vier landschappen, vier erftypen

Tijdens de presentatie nam Yvonne Molenaar de aanwezigen mee door de ontstaansgeschiedenis van Dijk en Waard. Zij onderscheidde vier landschapstypen: het veenweidegebied van Veenhuizen, de droogmakerij van Heerhugowaard, het voormalige eilandenrijk van Langedijk en de geestgronden van Sint Pancras. Elk landschap bracht een eigen manier van boeren met zich mee en daarmee ook een eigen erf. "De plek, de vorm en de indeling van een erf zijn geen toeval", vertelde Molenaar. “Water, bodem en de manier waarop mensen het land gebruikten bepalen hoe een erf eruitziet.”

Een erf met twee gezichten

Voor deze bijeenkomst stond vooral het karakteristieke tuinderserf van het voormalige eilandenrijk centraal. Dat landschap ontstond door eeuwenlange vervening, baggeren en tuinbouw. Water speelde daarbij een hoofdrol. Schuiten vervoerden mensen, gereedschap en oogsten tussen de akkers en de veiling. Volgens Molenaar onderscheidt het Langedijker tuinderserf zich doordat het letterlijk twee kanten heeft. Aan de straatzijde lag het woondeel, terwijl de waterkant volledig in dienst stond van het werk. "Het erf was een schakel tussen land en water", vertelde zij. “Juist die dubbele gerichtheid is kenmerkend voor dit landschap.”

Het achtererf vormde de werkplaats van de tuinder, met opslagruimtes, schuren, laad- en losplaatsen en verbindingen naar de vaarwegen. Water was niet zomaar een landschapselement, maar vormde de belangrijkste infrastructuur van het gebied.

Bewoners scherpen het verhaal aan

Na de presentatie gingen de aanwezigen in kleine groepen aan de slag. Daarbij werd onder leiding van gespreksleiders Dick Zuiderbaan, voorzitter van Stichting Langedijker Verleden en Gonny Ursem stedenbouwkundige uit Dijk en Waard, nadrukkelijk gezocht naar lokale kennis die niet in archieven of boeken is terug te vinden. Dat leverde waardevolle aanvullingen op. Zo wezen verschillende inwoners erop dat een kolenschuur in Langedijk doorgaans helemaal geen kolenschuur wordt genoemd, maar simpelweg een boet. Ook ontstond een gesprek over erfafscheidingen bij tuinderswoningen langs het water. Waar in het concept sprake was van lage hekwerken, benadrukten bewoners dat er vaak helemaal geen hek stond, maar bestond de scheiding uit een steeg. Aan de voorkant van de huizen stond wel een hek, van hout en later metaal.

Ook het beeld van groene erven werd genuanceerd. Siergroen speelde volgens aanwezigen nauwelijks een rol. De ruimte was schaars en iedere vierkante meter had een functie. Groen werd aangeplant omdat het nuttig was, bijvoorbeeld als beschutting. Zelfs de weinige bloemen die werden geplant, zoals goudsbloemen, stonden er niet voor de sier, maar deden dienst als natuurlijke ongediertebestrijding.

Waardevolle input voor vervolg

De opbrengst van de avond wordt verwerkt in het vervolg van het Ervenhandboek. Daarnaast wordt de informatie gebruikt voor een verdiepend onderzoek naar het agrarisch erfgoed in Dijk en Waard. Yvonne en Lieve-Lotte noteerden gretig namen en telefoonnummers van deze ervaringsdeskundigen om nog eens rustig na te praten op een ander moment. Ze sloten de avond af met een oproep aan de aanwezigen om ook in de toekomst kennis te blijven delen. “Behoud en ontwikkeling beginnen altijd met weten wat er is. Daarom is uw kennis zo belangrijk.”