Boy Limmen sloopt om te hergebruiken
Boy Limmen – bekend van die grote sloopkranen – sloopt circulair. Met duurzame partners en creatieve ideeën slopen zij met het doel om zoveel mogelijk materialen te hergebruiken. Demonteerheer Bas de Ruijter vertelt over het ontstaan van deze aanpak van Boy Limmen.
Boy Limmen werd ruim vijftig jaar geleden opgericht in Schagen en verhuisde in 2012 naar Heerhugowaard. Hun specialiteiten? Asbestsanering en sloopwerken. De sloopwerken doen ze het liefst circulair. “We demonteren, zodat zoveel mogelijk materialen hergebruikt kunnen worden”, vertelt Bas de Ruijter, die met trots de functietitel de demonteerheer draagt. “Met het hergebruiken van grondstoffen zoals beton, glas en hout besparen we vooral op CO2-uitstoot doordat er niet opnieuw geproduceerd hoeft te worden. Door kostbare materialen opnieuw toe te passen, beperken we niet alleen de milieubelasting, maar behouden we ook waardevolle grondstoffen voor de toekomst.”
Geen hout meer te krijgen
“Vijftig jaar geleden was het heel normaal om materialen te hergebruiken”, gaat Bas verder. Het was simpelweg goedkoper omdat de materialen hun waarde behielden. Tijdens de coronapandemie ging iedereen klussen en was er opeens geen hout meer te krijgen. Dat was voor Maarten Lemmens Honig, mede-eigenaar van Boy Limmen, de aanleiding om terug te gaan naar de mindset van 50 jaar geleden en in te zetten op demontage en hergebruik van grondstoffen. Er zit een enorme kans in het hergebruiken van materialen. De tijd dat we gewoon maar kunnen weggooien is voorbij.”
De heren van demonteren
Bas werd aangesteld als duurzame medewerker. “Ik kreeg de taak om het netwerk op te bouwen van partners en deskundigen om circulair werken mogelijk te maken. De Heren van Demonteren noemen we dat netwerk. ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’ is een enorm cliché, maar in dit geval klopt het helemaal. Het netwerk ontwikkelt zich snel en is heel dynamisch. Er zijn goede werkwijzen voor demonteren uitgerold. Een gebruiksspoor was voorheen reden om het af te keuren, maar gelukkig gaat de markt daar nu anders mee om. Steeds meer bedrijven refurbishen producten, oftewel bewerken of repareren om het weer opnieuw te gebruiken. En waar het storten van vrijkomende materialen uit de sloop vaak geld kost, kan het zo zijn dat door de samenwerkingen en innovaties de materialen nu geld waard zijn."
Partners
Een goed voorbeeld van een partner uit het innovatieve netwerk is GSF Glas uit Almere. “De glasbladen van de ruiten die wij aanleveren, haalt GSF van elkaar”, vertelt Bas. “Zij plaatsen een nieuwe strip die de glasplaten uit elkaar houdt en brengen isolatiegas aan. Het resultaat: ruiten van nieuwe kwaliteit. De ruit behoudt zijn functie, wat voor minder CO2-uitstoot zorgt dan een tweede leven als bijvoorbeeld een glazen fles of isolatiemateriaal. Ook met het circulaire bedrijf Cirq werken we graag samen. Wij oogsten plafondplaten die functioneel nog helemaal goed zijn tijdens de sloop, Cirq brengt er een nieuwe laag op aan zodat ze er weer als nieuw uitzien. Refurbishen noemen ze dat.”
Remontabel
De meeste materialen die gedemonteerd worden, krijgen een tweede leven. “Voor isolatiemateriaal zoals glaswol en steenwol hebben we nog geen goede oplossing voor hergebruik. Het wordt nu vaak thermisch gerecycled, maar dat kan beter. Voor piepschuim zijn we bezig met een pilot, om te ontdekken of we dat kunnen inzetten voor vloerisolatie. De laatste jaren worden panden steeds vaker remontabel ontworpen, zonder lijm, kit en pur. Hierdoor kunnen materialen en isolatiepakketten beter van elkaar worden losgemaakt en gedemonteerd.”
Loodsen verplaatsen
Een andere mooie ontwikkeling is het verplaatsen van gebouwen. “In Alkmaar hebben we drie loodsen gedemonteerd die in binnen- en buitenland een tweede leven krijgen. En een loods uit Hoogkarspel wordt als alles goed gaat in Heerhugowaard opnieuw opgebouwd. Vergunningen voor dit soort circulaire bouw zijn soms ingewikkeld. Loodsen van tien jaar oud voldoen – zonder aanpassing of herberekening - niet altijd aan de huidige eisen, dus mogen niet zomaar geplaatst worden. De seinen gaan eerst op rood en het duurt even voordat we ze op groen krijgen. Gemeente Dijk en Waard is gelukkig circulair minded en heeft zich onlangs aangesloten bij de Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen. Het doel van de deal is om minder grondstoffen te gebruiken en circulair slopen - oftewel oogsten - de norm te maken.”
Nieuwe manier van werken
Circulair werken vraagt om een andere manier van plannen, geeft Bas aan. “Als demonterende partij willen we zo vroeg mogelijk in het proces aanhaken. Met drones, AI en andere software onderzoeken wij wat de beste optie is voor een gebouw; transformeren of demonteren. We doen conditiemetingen per materiaalsoort en zo pellen we een gebouw helemaal af. Voor de toekomst verwachten we dat vraag en aanbod steeds beter bij elkaar komen. Partijen als Re-Use en DuSpot bieden al een platform waarop gedemonteerde materialen worden aangeboden aan bouwbedrijven, en die markt zal groeien. Ook verwacht ik dat aantoonbare CO2-reductie steeds belangrijker wordt. Als die bespaarde CO₂-reductie ook opnieuw 'ingezet' of benut kan worden, ontstaat er extra waarde. Niet alleen ecologisch, maar ook financieel en beleidsmatig.
Gemeente leert samen met bouwketen
“Als gemeente zijn we heel blij met de werkwijze van Boy Limmen”, vertelt Egbert van Vulpen, beleidsadviseur Ruimte van gemeente Dijk en Waard. “De circulaire deal Secundaire Bouwmaterialen NHN geeft ons handvatten om - samen met partijen als Boy Limmen - ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk bouwmaterialen hergebruikt worden. Dat begint bij het goed demonteren van materialen om een hoogwaardig hergebruik mogelijk te maken. Zoals Bas aangeeft zijn wij als keten samen aan het leren en zetten mooie stappen vooruit naar een circulaire bouwketen.”