Werken in de Kilpolder

Heerhugowaard is gebouwd op de bodem van een voormalig meer. Daarom was een ringvaart, een ringdijk en een gemaal nodig om te voorkomen dat de polder door regenwater weer volloopt. De 17de eeuw was zwaar voor de eerste pioniers die op de bodem van het meer sloten moesten graven. Veel ging mis in het begin; molens stonden verkeerd en men leerde met vallen en opstaan hoe Heerhugowaard droog te houden. Kort na het ontstaan van de polder in 1630 brak er ook nog een grote economische crisis uit, wat de start van de nieuwe polder extra moeilijk maakte.

Veeteelt en waterbeheer

De molens waren niet in staat om een laag waterpeil te (be)houden in de polder Heerhugowaard. Het probleem was dat de polder te laag lag en de beschikbare middelen niet toereikend genoeg waren voor de waterbeheersing in de polder. Het gevolg hiervan was dat het niet mogelijk was om landbouwgrassen, zoals graan te verbouwen. Graan wortelt diep en wanneer het grondwater hoog staat, gaan de wortels rotten. Daarom was er alleen ruimte voor veeteelt. Bij veeteelt was vooral de grootte van het grasland van belang: voor de veeteelt was minstens toen hectare grasland of meer nodig. 

Landbouwcrisis

In de 18e eeuw ontwikkelden zich in de polder grote en succesvolle veeteeltbedrijven. Maar in de 19e eeuw, rond 1870, brak een landbouwcrisis uit die heel Nederland trof. Veeboeren kregen het hierdoor zwaar. Middels de aanleg van spoorwegen en de opkomst van mechanische landbouwmachines konden Canada en de Verenigde Staten grote hoeveelheden goedkoop graan naar Europa exporteren. De concurrentie zorgde voor een sterke daling van de graanprijzen, waardoor Nederlandse boeren moesten concurreren met deze goedkope import. Een tweede gevolg was dat de kosten voor boerderijen stegen, terwijl de prijzen van landbouwproducten afnamen. Het werd voor boeren steeds lastiger om nog hun renten en pacht te kunnen betalen. 

Alleen de tuinbouw, die onder andere in Langedijk al op gang kwam, bood nog kansen. Terwijl veeboeren 20 tot 40 hectare grasland hadden, was dat voor tuinbouw ondenkbaar, zeker zonder mechanisatie. Er ontstond behoefte aan kleinere stukken grond van 1 tot 3 hectare.

Opkomst van de tuinbouw

Tuinbouw daarentegen was zeer arbeidsintensief. Veel mensen waren nodig om kleine percelen te bewerken. Hierdoor steeg het aantal inwoners in Heerhugowaard, en bood de polder werk aan veel meer mensen. Er ontstond vraag naar kleine stukjes grond waar voormalige knechten hun eigen tuinderij konden beginnen, om bijvoorbeeld kool, aardappelen en wortelen te telen. Door de groei van steden nam de vraag naar groenten sterk toe, en de vervoerskosten waren laag. Per schuit konden producten eenvoudig naar markten in Schagen, Alkmaar, Hoorn en Purmerend worden gebracht.

Cornelis Swaag en het ontstaan van tuinbouwbedrijfjes

In het jaar 1930 was de Kilpolder voor de helft bedekt was met het bos Scherpenheuvel. Dat bos en het grootste deel van de Kilpolder was eigendom van veeboer Cornelis Swaag tot 1882. Hij was een zeer vermogende veeboer in de polder Heerhugowaard. Hij zat in het polderbestuur en woonde op Middenweg 307, de boerderij Scherpenheuvel. Door de grote behoefte aan kleine percelen grond begon hij tijdens de grote landbouwcrisis van 1870 tot 1890 stukken grond openbaar te verkopen. Daarvoor vonden verkopen van grond nooit in het openbaar plaats. De grond wisselde bij de notaris van de ene grote veeboer naar de andere, niet in stukken, maar altijd in zijn geheel. Zo bleef de grond eeuwenlang in bezit van een kleine rijke elite.

Omdat Swaag vooral zijn bosgrond in de Kilpolder verkocht, ontstonden daar de eerste kleine tuinbouwbedrijfjes. Mechanisatie bestond nog niet, dus een tuinder kocht niet meer grond dan hij zelf met een schop kon omspitten. Geld voor een ploeg of paard had hij vaak niet. Om de grond te kopen, moesten tuinders bij particulieren lenen.

Kilpolder was populair voor de ‘kleine tuinder’

De Kilpolder was populair onder kleine tuinders, omdat het land hoger lag. Hier konden ze midden in het land een boerderij voor hun gezin bouwen op hun eigen grond. Tot in de 20e eeuw was aan de Middenweg geen land beschikbaar om een eigen stolp te bouwen. Dit kwam door de grote boerderijen die al gevestigd waren aan de Middenweg. Voor verbinding met de Middenweg en de Westertocht werden landpaden aangelegd. De Middenweg was belangrijk voor de lokale middenstand en de Westertocht voor het transport van producten per schuit.

De tuinbouw ontstond in de Kilpolder doordat hier grond beschikbaar kwam, en door de hoge ligging konden tuinders op hun eigen gekochte stuk land bouwen. Deze kleine tuinderijen groeiden niet uit tot grote boerderijen. Wie meer grond wilde, zocht ergens anders. Het omgekeerde gebeurde ook: wie failliet ging met een groot bedrijf, zocht vaak een kleinere plek, zoals in de Kilpolder.