Wonen in de Kilpolder

Wanneer een tuinder een stuk grond kocht, moest hij eerst de bomen kappen en de boomstronken rooien voordat hij er een stolpje kon bouwen en de grond geschikt kon maken voor zijn tuinderij. Er zijn geen gegevens bekend of de grond in de Kilpolder meer of minder vruchtbaar was dan elders. Waarschijnlijk was de grond goed, anders zou een tuinder hier niet begonnen zijn. De opbrengst per hectare zal vergelijkbaar zijn geweest met andere plekken.

Langs de Kilpaden stonden kleine stolpboerderijen van het Noord-Hollandse type met een enkel vierkant en een grondoppervlakte van ongeveer acht bij acht meter. Bijna nergens in de polder Heerhugowaard werden boerderijen ver in het land gebouwd, behalve langs de Kilpaden. De afbeeldingen 4 en 5 laten zien hoe de stolpen aan de Kilpaden eruit zagen: soms met een aangebouwde schuur en soms met enkele hectare grond. Het waren boerenbedrijven met grond voor de kleine boer.

Kom binnen bij de stolp

De stolpboerderij had een woonkamer in het midden, rechts de keuken en links een slaapkamer. Het achterste gedeelte werd gebruikt als berging. Sommige eigenaren hadden een paar koeien en een paar geiten met daarnaast, zoals dat vroeger heette, een bouwerijtje. Het waren tuinders met maximaal 1 of 2 hectare grond voor wat aardappelen, kool of andere tuinbouwproducten. Deze bedrijven werden gekocht door startende boeren of boeren die tijdelijk onderdak zochten totdat zij de ouderlijke boerderij konden overnemen. Soms huurden grote boeren de stolpjes voor de verhuur. De grote veehouderijen in de polder Heerhugowaard lagen niet aan de Kilpaden maar aan de Middenweg, de Jan Glijnisweg en de Veenhuizerweg.