Ontstaan van de Kilpolder

Is water een vriend of een vijand? Om de Kilpolder te begrijpen, gaan we terug naar de tijd dat het gebied van Heerhugowaard nog bestond uit een meer, de Grote Waert of Zuijder Waert. In 1624 begon men onder leiding van de notabelen Nanning van Foreest en Floris van Teylingen met het aanleggen van een dijk en een ringvaart rondom dit meer, waarna het droogmalen begon. In 1630 viel het meer droog en ontstond de nieuwe polder, Heer Huijgen Waert (wordt verder vermeld als polder Heerhugowaard), genoemd naar de zuidelijke dijk die van Oudorp via Oterleek naar Rustenburg loopt. Deze dijk stond bekend als de ‘Heer Huijgen Dijck’ of kortweg ‘Huijgen Dijck’. Toen de polder droogviel, bleek de bodem ongelijk: het noordelijke deel lag ongeveer 2,70 meter onder NAP, terwijl het zuidelijke deel ongeveer 3,70 meter onder NAP lag, met een verschil van ruim een meter. Water bleef daardoor een probleem. Om de afwatering beter te regelen waren onderpolders noodzakelijk.

De Kilpolder als oplossing voor overtollig water

Elke onderpolder had zijn eigen afwateringsysteem. Binnen de ringvaart werd de polder verdeeld in veertien onderpolders, met verschillende waterstanden, gescheiden door dammen, duikers en sluisjes. Om te voorkomen dat water van hoger gelegen gebieden naar lagere delen stroomde, moesten de waterstanden goed worden beheerd. Duikers verbonden de verschillende delen van de polder. Door de jaren heen veranderden de grenzen door experimenten met dammen, duikers en molens, wat uiteindelijk resulteerde in negen onderpolders. Buiten deze groep vielen de onderpolders Veenhuizen en Otterleek. Een van deze onderpolders, het gebied tussen de Middenweg en de Westertochtsloot (van de huidige spoorlijn naar Hoorn tot de Stationsweg), werd de Kilpolder genoemd. Wat deze onderpolder uniek maakte, was dat hij hoger lag dan het omliggende land, iets wat in de 19e eeuw ‘kil’ werd genoemd. Vandaar de naam Kilpolder. 

Betekenis ‘Kil’

Kil is een oud woord voor kreek of waterdiepte tussen zandbanken. Als een kreek opdroogt dan verzandt deze. Wanneer het omliggende land uit klei bestaat klinkt de klei in en komt dan lager te liggen. De droge kreek met zijn zandbanken komt daardoor hoger te liggen dan zijn omgeving. Dat is het geval met de Kilpolder. Deze onderpolder bleef daardoor gespaard voor het hoge waterpeil in de winter. Kil betekent in dit geval dus: hoger gelegen land.Kil is een oud woord voor kreek of waterdiepte tussen zandbanken. Als een kreek opdroogt dan verzandt deze. Wanneer het omliggende land uit klei bestaat klinkt de klei in en komt dan lager te liggen. De droge kreek met zijn zandbanken komt daardoor hoger te liggen dan zijn omgeving. Dat is het geval met de Kilpolder. Deze onderpolder bleef daardoor gespaard voor het hoge waterpeil in de winter. Kil betekent in dit geval dus: hoger gelegen land.

Het ontstaan van de Kilpaden

In de 19de eeuw, rond 1870, was het noordelijke deel van de Kilpolder bedekt met het bos Scherpenheuvel. Ten zuiden van het bos, in het weidengebied, ontstonden landpaden. Langs deze paden werden boerderijen en arbeidershuisjes gebouwd. Deze landpaden werden Kilpaden genoemd omdat ze in de Kilpolder lagen. De Kilpaden liepen vanaf de Middenweg in westelijke richting tot de Westertochtsloot, zoals te zien is op onderstaande getekende kaart uit 1930. In de wigvormige ruimtes van het Raadhuisplein en de pleinen in de Schrijversbuurt zijn de oorspronkelijke perceelvormen van de droogmakerij, die ontstonden als gevolg van de knik in de Middenweg, nog herkenbaar.

Kilpaden waren onverharde wegen en doodlopende paden die uitkwamen op de Middenweg. De Eerste Kil lag ter hoogte van de Cromhoutstraat, de Tweede Kil op de plaats van de Van Loonstraat. De Eerste en Tweede Kil liepen tot de Westertochtsloot. De Derde Kil liep helemaal door tot de spoorlijn naar Hoorn en lag tussen huisnummers Middenweg 275-277 en de Vierde Kil begon bij de ingang van de Coltermanlaan. De onverharde Kilpaden hadden diepe kuilen, die soms gedicht werden met grove sintels uit de kolenkachel. Met regenachtig weer en in de wintertijd waren de paden modderig en vaak zeer slecht begaanbaar. De bewoners strooiden de as uit hun kachels over de paden maar dat zal weinig geholpen hebben. De bakker kon bijvoorbeeld niet met zijn kar door de modder en ging dan met een zak brood op zijn rug de klanten langs en dat was best wel zwaar. De Kilpaden werden altijd “de Kil van … genoemd”, meestal naar de familie die als eerste aan het pad woonde. Zo had je de Kil van slager Stam, de Kil van bakker Rood, de Kil van Petrus Smit en de Kil van Gert Brink.

De Kilpolder was een uitzondering in de polder Heerhugowaard, omdat elders in de polder geen boerderijen diep in het land werden gebouwd vanwege de waterstand. Bij windstilte konden de molens niet malen en overstroomden de akkers en weilanden. Voor bewoners van de Kilpolder was het een voordeel dat hun land hoger lag, waardoor ze geen natte voeten kregen.

Ouderdom van de Kilpaden

Het oudste landpad was de Tweede Kil, die al voor 1832 liep vanaf de Middenweg naar een kleine woning bij de Westertochtsloot. In 1866 volgde de Eerste Kil zuidelijker, waar de boerderij Eerste Kil 5 werd gebouwd. De Derde en Vierde Kil kwamen in het zuidelijke deel van het bos Scherpenheuvel te liggen. Rond 1870 werd dit deel van het bos gekapt, zoals blijkt uit de bouw van de stolpen aan de Derde en Vierde Kil tussen 1872 en 1875. De Derde Kil is waarschijnlijk ouder dan de ontbossing en liep oorspronkelijk door het bos, wat de bochtjes zou verklaren. De Derde Kil ontstond rond 1865 in verband met de aanleg van de spoorlijn naar Den Helder. In 1847 stond er al een boerderij (van Vreeker) aan de westzijde van de Westertochtsloot, bereikbaar via een pad vanaf de Westdijk. 

Door de aanleg van de spoorlijn die het pad naar de Westdijk doorkruiste, verviel het pad. Een nieuw pad in oostelijke richting werd aangelegd vanaf de boerderij over een brug over de Westertochtsloot door het bos Scherpenheuvel naar de Middenweg. Later kreeg de boerderij van Vreeker het adres Derde Kil 9. De eerste boerderij aan de Vierde Kil dateert uit 1875, en het bijbehorende pad werd als laatste aangelegd. Op kaarten uit 1960 en 2021 zijn de Kilpaden niet meer herkenbaar, maar ze bepaalden wel de loop van de Cromhoutstraat, de Van Loonstraat, de Middenweg tussen huisnummers 275 en 277, en de Coltermanlaan, evenals de afstanden daartussen. Herkent u op onderstaande kaart nog de vier Kilpaden?