De kerken van Veenhuizen en opgravingen

De huidige kerk van 1965 en het grafmonument
De huidige kerk in Veenhuizen is gebouwd in 1965. De oude kerk stamde uit 1862, maar werd na ongeveer honderd jaar afgebroken omdat de staat van het gebouw slecht zou zijn geweest. Opvallend is dat de aannemer die de kerk sloopte en de nieuwe bouwde, ook lid was van het kerkbestuur. Dat roept vragen op over hoe objectief de beslissing was.
De nieuwe kerk is ongeveer de helft kleiner dan de vorige. Bij de bouw werd het bovengrondse praalgraf van Reinout van Brederode definitief gescheiden van de ondergrondse grafkelder. Dit maakt de huidige opstelling van het monument uniek: het is zeldzaam dat een grafmonument op deze manier losstaat van de oorspronkelijke grafruimte.

De Veenhuizer kerk van 1862
In 1860 besloot men in Veenhuizen een kerk te buwen. Het ontwerp kwam van Tr. H. van Egmond, provinciaal opzichter van de Waterstaat in Hoorn. Omdat het rijk alleen geld gaf als een Waterstaat-ingenieur het ontwerp maakte, kreeg de kerk de bijnaam Waterstaatskerk. Het interieur was eenvoudig, wat wijst op een beperkt budget. De preekstoel uit ongeveer 1750, met een achtzijdige kuip (wat ongebruikelijk is), werd waarschijnlijk hergebruikt uit de oude kerk.
De kerk had eenvoudige banken langs de muren en stoelen voor minder bedeelden. De vloer bestond uit grote natuurstenen tegels. Opvallend was de open kapconstructie met schuine balken en hangers die het dak ondersteunden.
Bij de bouw in 1862 werd de grafkelder van Reinout van Brederode afgebroken en vervangen door een kleinere kelder. Daarin was maar ruimte voor één kist. Toch werden bij een opgraving in 1965 botten van ongeveer tien personen gevonden. Waarschijnlijk zijn de resten toen los in de kelder gelegd, zonder kisten.
Een bijzonder detail in Van Egmonds ontwerp is dat het praalgraf van Reinout ver in het schip van de kerk stond. Dit kwam doordat het nieuwe koor korter was dan het oude. Het monument werd tegen de oostgevel geplaatst, met een laag hek ervoor dat het koor van het schip scheidde.
Lees meer over de begraafplaats naast de Veenhuizer kerk.

Bij de sloop van de kerk in 1965 deed de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek een onderzoek. Men vond geen sporen van een oudere, middeleeuwse kerk. Wel bleek dat de fundering van de kerk uit 1862 nog volledig aanwezig was. Deze rustte op een verbrede uitmetseling, ongeveer één meter onder het oppervlak, op vast veen.

De Middeleeuwse kerk (tussen 1275 en 1325)
Bij archeologisch onderzoek in 2016 zijn buiten het negentiende-eeuwse koor van de kerk in Veenhuizen resten gevonden van een veel ouder, middeleeuws koor. Dit koor was groter dan dat van 1862 en gebouwd met grotere, zachtere bakstenen en kalkmortel, wat wijst op een ouderdom van rond 1275–1325. Het koor was waarschijnlijk direct op het veen gebouwd, zonder stevige fundering, waardoor het ging verzakken en mogelijk meerdere keren is herbouwd.
Onder het koor werden menselijke botten gevonden, gedateerd tussen 1150 en 1275. Dit wijst op een begraafplaats en dus waarschijnlijk op een kerk die daar al in de 12e eeuw stond. Van die kerk zelf zijn geen resten aangetroffen. Eén van de schedels vertoonde een zwaardwond, wat doet vermoeden dat er in Veenhuizen mogelijk ook een gewelddadige gebeurtenis heeft plaatsgevonden, zoals bij de slag bij Vronen in 1297.
De exacte grootte van de middeleeuwse kerk is niet bekend, omdat alleen het koor is opgegraven. Een beschrijving uit 1740 noemt een lengte van 28 treden en een breedte van 12, maar dat lijkt overdreven. De breedte van het koor was ongeveer 7,8 meter.
Opvallend is dat het koor van de kerk uit 1860 gebouwd is op funderingen van hergebruikt materiaal. Waarschijnlijk was dit afkomstig van de oude middeleeuwse kerk. De oude bakstenen waren goed bestand tegen vocht en dus geschikt voor funderingen.
Bij een latere boring aan de westzijde van de huidige kerk werd geen metselwerk van de middeleeuwse westgevel gevonden. Wel trof werden resten van de kerk uit 1862 aangetroffen, vermoedelijk de westgevel daarvan.
In 1762 vroeg Veenhuizen subsidie aan voor herstel van de kerk en betaling van de predikant. Ze vroegen 2.920 gulden, maar kregen slechts 1.000 gulden. Waarschijnlijk was dat te weinig, waardoor de restauratie niet doorging.
Tussen 1785 en 1789 werd het koor van de middeleeuwse kerk gesloopt en vervangen door een eenvoudige aanbouw (luif), zoals blijkt uit tekeningen van Hendrik Tavenier en Hendrik de Winter.

De grafkelder van Reinout van Brederode (sinds 1633)
Toen Reinout van Brederode in 1633 overleed, liet zijn vrouw een grafkelder en praalgraf voor hem bouwen in de kerk van Veenhuizen. De kelder was groot genoeg bedoeld om ook haarzelf en hun nakomelingen bij te zetten.
Tussen 1789 en 1862 stond het grafmonument in een houten aanbouw, een zogenaamde luif. Deze was waarschijnlijk grotendeels van hout, zoals blijkt uit tekeningen van Tavenier (1794) en Lamberts (1839). Bij opgravingen in 2016 zijn geen resten van deze luif gevonden, wat erop wijst dat het om een lichte, houten constructie ging.
In 1839 lag Reinout met zijn gezicht naar het oosten, volgens traditie. Het koor was toen met een houten hek afgesloten van het schip van de kerk.
In 1845 werd het grafmonument eigendom van de kerkvoogden van de Hervormde gemeente. Een jaar later maakte Etienne de Kruyff een tekening van de tombe, die toen nog centraal in het koor stond. Er waren plannen voor een nieuwe, zeskantige grafkapel, maar die is nooit gebouwd.
Bij de bouw van de nieuwe kerk in 1965 werd het praalgraf losgemaakt van de grafkelder en verplaatst naar het voorportaal. De kelder werd beschadigd en gevuld met puin en modder. De botten van Reinout en anderen werden tijdelijk verwijderd en later teruggeplaatst. Een sloper vertelde dat alle botten die men vond, simpelweg in de kelder werden gegooid.
Tijdens de opgraving in 2016 is de grafkelder hersteld en het gewelfde dek opnieuw opgebouwd. De botten zijn toen netjes in twee kistjes teruggeplaatst in de kelder.
Meer weten over de archeologische opgraving?
De archeologische opgraving en de gevonden botten riepen ook vragen op. Er is DNA-onderzoek gedaan. Benieuwd naar de onderzoeksresultaten en de discussie?
Dan kunt u via erfgoed@dijkenwaard.nl(Verwijst naar een e-mailadres) het gehele magazine opvragen waarin meer informatie over de archeologische opgraving staat.