Reinout van Brederode: heer van Veenhuizen en invloedrijke bestuurder

In 1582 erfde Reinout van Brederode het dorp Veenhuizen van zijn moeder. Het was toen een klein dorp met ongeveer 35 huizen. Als heer van Veenhuizen had hij bijzondere rechten, zoals het innen van belastingen (tienden), het vangen van vogels en vis, zeggenschap over de kerk en het recht om recht te spreken. In 1599 kocht hij ook de heerlijke rechten van Spanbroek (1599). In 1615 kocht hij de heerlijkheid van Oosthuizen, waartoe de dorpen Eterheim, Kwadijk, Hobrede en Schardam behoorden. 

Reinout werd in 1633 begraven in de dorpskerk van Veenhuizen. Zijn graf en het beeld boven de tombe zijn nog steeds te zien.

Achtergrond en familie

Reinout werd geboren in 1567 als oudste zoon van Lancelot van Brederode en Adriana van Blois van Treslong. Zijn grootvader was Reinoud III van Brederode, bekend van het praalgraf in de Grote Kerk van Vianen. Lancelot speelde een rol in de Tachtigjarige Oorlog en werd in 1573 na het beleg van Haarlem door de Spanjaarden onthoofd. Zijn lichaam werd begraven in Veenhuizen.

Loopbaan en diplomatie

Reinout studeerde rechten in Leiden, Douai en Padua. In 1597 werd hij lid van de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland, en vanaf 1602 voorzitter van dit college. Hij werd in 1603 opgenomen in de Ridderschap van Holland en West-Friesland, maar verloor die positie in 1619 vanwege zijn steun aan Johan van Oldenbarnevelt. In 1632 werd hij weer toegelaten.

In 1615–1616 reisde hij naar Rusland om te bemiddelen tussen Zweden en Rusland. Hoewel de vrede mislukte, kwam er wel een wapenstilstand. Koning Gustaaf II Adolf van Zweden ontving hem persoonlijk en gaf hem een gouden ketting met medaillon én benoemde hem tot vrijheer van Wesenberg in Estland.

Persoonlijk leven

Reinout woonde in Den Haag en trouwde vier keer. Zijn eerste drie vrouwen stierven jong. Zijn vierde vrouw, Petronella van Hinojosa, overleefde hem. Met zijn eerste vrouw Geertruyd, dochter van Johan van Oldenbarnevelt, kreeg hij twee dochters: Adriana en Deliana. Met Petronella kreeg hij nog twee dochters: Isabella Adriana (1631) en Anna Catharina (1632).